Ligging
Gambia ligt in West-Afrika, aan de Atlantische Oceaan. Met een oppervlakte van 11.300 km2 is het land ongeveer 1/5 van Nederland en België tezamen. In feite is het een lange strook land, doorsneden door de gelijknamige rivier. Deze ontspringt op het Foeta Djallonplateau in Guinea en stroomt via Senegal en Gambia naar de Atlantische Oceaan. Het land is nauwelijks breder dan 35 kilometer, met uitzondering van de kuststrook, die ongeveer 70 kilometer haalt, de ingang tot de rivier Gambia daarbij inbegrepen. Vanaf het uiterste westen tot aan de oostelijke grens met Senegal is de afstand, hemelsbreed gemeten, circa 320 kilometer, over de weg vanaf Banjul ruim 400 kilometer. Gambia ligt ten noorden van de evenaar, op ongeveer 13 graden noorderbreedte en op 13 tot 16 graden westerlengte. Dat is bij benadering net zo ver van de evenaar als bijvoorbeeld Curaçao, Bangkok of Manila. Het wordt aan drie zijden ingesloten door Senegal, een land dat ruim 17 keer zo groot is en waarmee nauwe banden bestaan.
Het landschap is licht glooiend. Er komen wat heuvels voor maar die zijn nauwelijks als zodanig herkenbaar. Op een enkele uitzondering na gaat het meestal om, wat wij noemen, ‘vals plat’. Het hoogste punt ligt ten noorden van het landinwaarts gelegen Basse Santa Su, en bedraagt ruim 46 meter!
Klimaat
Klik hier voor de speciale klimaat pagina
Volkeren
In Gambia leeft een vijftiental verschillende volkeren die tezamen ongeveer dertig verschillende talen spreken. Overal wordt Engels als voertaal gebruikt, óók handig voor de communicatie tussen de volkeren onderling, of zelfs binnen één bepaald volk. Behalve de taal van het volk en Engels, spreken ook velen de taal van de Wolof. Dit vindt zijn oorsprong in het feit dat de Wolof een belangrijk stempel gedrukt hebben op de handelsbetrekkingen tussen West-Afrikaanse landen onderling en de rest van de wereld.
De vestigingsplaatsen zijn bij benadering aangegeven. Met name de Jola leiden een zwervend bestaan en komen in vrijwel geheel Senegambia voor, soms in uiterst kleine nederzettingen die vaak tijdelijk zijn. De volkeren leven tegenwoordig gebroederlijk naast elkaar. Dat is weleens anders geweest. Oorlogen tussen de verschillende volkeren behoren tot het verleden. Een enkele keer wil het nog wel eens tot kleine schermutselingen komen, meestal als gevolg van onenigheid over bouwgrond of weidegebied.
In de toeristengebieden komen hoofdzakelijk Wolof en Mandinka voor. Andere volkeren aan de kust spreken tenminste een van die talen. De belangrijkste ervan zijn Fula en Jola.
Voertaal
De officiele taal in Gambia is Engels. Het wordt gesproken in het parlement, bij de rechtspraak en bij alle officiële gebeurtenissen. De taal wordt op school onderwezen en het gebeurt maar zelden dat er niemand in de buurt is die de taal enigszins beheerst. In het binnenland kán het een enkele keer voorkomen, maar dat is een uitzondering. In de toeristengebieden wordt door vrijwel iedereen Engels gesproken. Bedenk echter dat onderwijs niet verplicht is in Gambia, zodat je mensen zult ontmoeten die niet lezen of schrijven kunnen. In de meeste hotels kun je ook met Frans terecht. In Gambia werken, vooral in de toeristencentra, veel Senegalezen, van wie de voertaal Frans is. Uit het voorgaande volgt logisch dat elke Gambiaan meertalig is. De taal van hun volk wordt door iedereen beheerst. Dankzij het feit dat iedereen zich in de Engelse taal uit kan drukken, is communicatie met de bezoekers mogelijk. Opgemerkt wordt dat de kwaliteit van de Engelse spreektaal terugloopt. Dit wordt in hoofdzaak veroorzaakt door het feit dat de meeste onderwijzers slechts een smalle basis hebben en er bovendien veel les gegeven wordt door (nog) niet bevoegde onderwijzers. Als je een school bezoekt dan zal het opvallen dat je bij het voorstellen vaak meteen te horen krijgt of een onderwijzer bevoegd is of niet. Gambianen schijnen bovendien moeite te hebben met bepaalde lettervolgordes. Bijvoorbeeld de uitgang sk wordt nogal eens ks en st wordt ts. Dus, als iemand je een quetsion aks dan weet je de oorzaak.
Het is in Gambia al niet anders dan in andere landen: mensen worden razend enthousiast als je een paar woorden van hun taal spreekt. In Gambia gaat men er zonder meer van uit dat je Engels spreekt, dus verwacht daarop geen bijzondere reacties. Een paar woorden in de taal van het volk is iets heel anders, de dag kan niet meer stuk. Aan de kust is Mandinka of Wolof een vrijwel zekere bron van enthousiasme. Men begint je meteen de rest van de taal te leren, maar laat je niet misleiden! Lang niet alle woorden zijn geschikt om in het openbaar te herhalen. Houd je dus bij een paar woordjes en leer de inwoners als tegenprestatie een paar woorden Nederlands.
Als je er weinig voor voelt om een hele woordenlijst in je hoofd mee te sjouwen onthoud dan in elk geval: ‘Na nga def?’, ‘hoe gaat het met u?’. Je antwoordt: ‘mangi fi’ of ‘mangi fi rekk’: uitstekend, onmiddellijk gevolgd door uw wedervraag’: Na nga def?’. Vraagt men: ‘Somoily’, dan antwoordt u: ‘Ebeji’. Dat betekent hetzelfde, maar je bevindt je nu in een Mandinka gebied. In een moslim-omgeving wordt je begroet met’: asalaa malekum’. In zo’n geval is het antwoord’: malekum salaam’.